De geschiedenis van het NMI

Op 1 april 1991 opende het Nederlands Migratie Instituut zijn deuren met als taak emigranten, migranten en erkende vluchtelingen die vragen hadden rond hun mogelijke (re)migratie of doormigratie, bij te staan.

Na de Tweede Wereldoorlog zijn er vier emigratiecentrales opgericht - naar de geest van die tijd een katholieke, protestante, gereformeerde en algemene. Zij ondersteunden Nederlanders die ons land verlieten om elders een nieuw bestaan op te bouwen. Door een tekort aan werknemers in de jaren zestig gingen bedrijven arbeidskrachten aantrekken uit het buitenland en kreeg Nederland steeds meer te maken met de komst van immigranten:

Zuid-Europeanen, Turken, Marokkanen, Joegoslaven, Tunesiërs, Molukkers, Surinamers en erkende vluchtelingen. Met hun komst werd ook de vraag actueel of hun verblijf definitief of tijdelijk was.

In 1985 kwamen de eerste experimentele remigratieregelingen tot stand: de Basisremigratie subsidieregeling en de Remigratieregeling. Deze ondersteuning had in de eerste plaats betrekking op migranten uit landen waarmee de overheid wervingsovereenkomsten voor arbeidskrachten had gesloten. In 1987 werden deze regelingen definitief. Vanaf 01-07-2014 is een gewijzigde (en versoberde) Remigratiewet van kracht. Belangrijkste wijzigingen na deze datum zijn dat de leeftijdsgrens is aangescherpt, de aanvrager moet op of na zijn 18e naar Nederland zijn gekomen, de basisvergoeding is geschrapt en de remigratieregeling geen ondersteuning meer geeft bij doormigratie.

Om migranten goed te kunnen ondersteunen bij hun vragen rond mogelijke terugkeer namen in 1989 de toenmalige emigratiecentrales, het project Voorlichting Remigratie Buitenlandse Werknemers, netwerkcentra van buitenlanders, de vakbeweging, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, en organisaties van vrouwen en van buitenlandse werknemers, het initiatief voor de start van het NMI. 

Na een voorbereidende fase bood het NMI vanaf 1 april 1991 zijn diensten zelfstandig aan. Migranten die nadachten over terugkeer of Nederlanders die wilden emigreren konden nu voor voorlichting en begeleiding bij één adres terecht: het NMI.

Het NMI had in eerste instantie tot taak de voorlichting over remigratie naar Suriname, de Nederlandse Antillen, Aruba, Turkije en Marokko, Joegoslavië, Tunesië te verzorgen. Een belangrijk onderdeel van het werk was ook begeleiding van erkende vluchtelingen die wilden doormigreren. Zij konden niet naar hun eigen land terug, maar met de remigratieregelingen wel naar een derde land doormigreren. Daarnaast hield de organisatie zich bezig met de emigratie naar Canada, Nieuw-Zeeland, Brazilië, de Verenigde Staten en andere landen. Omdat de Nederlandse overheid deze emigratie niet meer financieel wilde steunen, werden de voorlichtingsactiviteiten voor voornoemde landen in 1994 beëindigd. In dezelfde tijd trokken de emigratiecentrales zich uit het bestuur van het NMI terug.

Binnen de politiek is remigratie met enige regelmaat onderwerp van gesprek. Spannend voor de doelgroepen was de tijd (1996) waarin het ministerie van SZW in 1996 remigratie niet meer als kerntaak definieerde en wilde stoppen met de uitvoering van de remigratieregelingen. Enkele jaren later, op 1 april 2000, trad de Remigratiewet in werking en werden de remigratiefaciliteiten door de Nederlandse overheid verruimd. De groep Molukkers die na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland was overgebracht kreeg daarmee toegang tot de remigratieregelingen. Ook voor Surinamers werd het gemakkelijker hiervan gebruik te maken. In 2003 was het toenmalige kabinet voornemens om deze Remigratiewet direct in te trekken. Onder druk van de Tweede Kamer besloot het daar echter van af te zien. De minister van Wonen, Wijken & Integratie, diende in 2010, als reactie op de Kamermotie ‘Heroverweging Remigratiewet' een aantal wijzigingsvoorstellen in. Deze wijzigingen werden in 2014 van kracht. Het NMI ziet het als zijn taak om, vanuit de directe ervaringen met zijn doelgroepen, dit beleid te volgen en zo nodig de minister en de Kamer van advies te voorzien.

Vanaf 1994 werken de consulenten op spreekuurlocaties door heel Nederland. Door deze wijze van organisatie werd het NMI voor meer mensen toegankelijk en bereikbaar. Momenteel houdt het NMI op meerdere plaatsen in het land spreekuur. Hoe vaak en wanneer deze open zijn hangt af van de grootte en de vraag van de doelgroep.

Sinds de oprichting is het voor het NMI belangrijk dat, op basis van goede informatie, de migrant zelf een keuze kan maken tussen teruggaan naar het land van herkomst of blijven in Nederland. In het werk van het NMI staat de migrant altijd centraal.

MEER INFORMATIE OVER REMIGREREN

NMI APP

Download nu onze remigratie app op je smartphone of tablet.